Frans Conings, een ervaren zanger


Deze keer is mijn gespreksgenoot Frans Conings. Frans werd op 4 september 1945 geboren  aan de Gansbaan in Meerssen  als 5e van 6 zonen in een gezin van 7 kinderen. Drie van de zes jongens, Jan, Sjaak en Hub zijn overleden, Zus Bella, 90 inmiddels, en broers  Sjef en Math houden de familienaam nog hoog. Vader Conings, een goede vakman,  verdiende zijn boterham als verzekeringsagent bij Victoria en maakte na verloop van tijd promotie tot inspecteur. Inmiddels was hij in het huwelijk getreden met Anna Hochstenbach, een toegewijde echtgenote en moeder van het gezin, maar ook een meer dan voortreffelijke kokkin, die regelmatig gevraagd werd, zoals dat in vroeger tijden ging, om te komen koken bij bruiloften en partijen. Ook was ze lid van de Vrouwenclub van Meerssen en toen ze dan ook een keer op uitstapje was naar Amsterdam was het pa Coning’s taak om voor het eten te zorgen. Dat werd geen groot succes. Het gerecht dat hij trots op tafel zette bleek doordringend naar zeep te smaken! Hij had de saus gebonden met zeeppoeder in plaats van met meel.

Maar overigens kende Frans een zorgeloze jeugd. Hij ging naar de Lagere Jongensschool in Meerssen met onder meer de meesters Eurlings, Scheffers, Otten, Heijnens en Bartholomeus. Frans hield van voetballen en steeds ook trok de nabije Geul. Om te vissen, vaak ook met zijn vader, maar ook om er in te zwemmen. En toen in de strenge winter van 1950 de Geul bevroren was zetten broer Sjaak en vriendje Jannes Frans op het ijs om ‘ns te kijken of dat sterk genoeg was om op te schaatsen. Nee dus! Frans zakte door het ijs! Geluk bij een ongeluk: ze hadden een touw om zijn buik gebonden zodat hij gered kon worden. Van de watervrees die hij hieraan overhield werd hij een paar jaar later afgeholpen doordat hij in de Maas leerde zwemmen, waar hij overigens óók ‘n keer bijna verdronk, maar gered werd door zijn zwager.

Ook had Frans nog een minder riskante hobby, postzegels verzamelen, de hele wereld uiteraard. Kom dáár tegenwoordig nog maar eens om, waarin het schrijven van brieven (mét postzegels) volledig verdampt lijkt en verdrongen is door het digitale berichtenverkeer.

Na de lagere school ging Frans naar de Ambachtsschool waar hij als 14-jarige zijn diploma schilder behaalde en  aan de slag ging als leerling-schilder bij het schildersbedrijf Thomissen in Bunde. Ondertussen volgde hij 6 jaar de Avondschool in Maastricht waar hij het getuigschrift leerling-gezel,  gezel en  diploma vakbekwaamheid behaalde en bij een (particulier) zijn Middenstandsdiploma. Wel zwoer Frans zichzelf een dure eed namelijk om vóór zijn dertigste het “witte vel” uit te trekken.

In 1963, 18 jaar oud, leerde Frans, in de wandelgangen beter bekend als “de teerder”, in “Het Kelderke” een jeugdontmoetingscentrum,  de toen 14-jarige Joke kennen, jongste van 5 dochters uit het gezin Jaspar uit Bunde. Hij bracht haar vaak na een avond dansvertier  achter op de fiets naar huis en de zo opbloeiende romance werd op 23 januari 1970 bezegeld met hun huwelijk. Zij gingen wonen in Joke’s ouderlijk huis, waar Joke’s moeder, die vroeg was weduwe geworden, ook bleef wonen. Frans hoefde wegens broederdienst geen dienstplicht te vervullen, en gedachtig zijn “witte vel”-voornemen, begon hij te solliciteren naar een aanverwante functie bij Sikkens  en bij de Gebrs Eyck. Daar werd hij in 1973  aangenomen door Jo Eyck, eerst als kleurmaker en Manusje van Alles. En in 1977 kreeg hij de kans promotie te maken en ging hij werken in de buitendienst. Hij volgde tal van cursussen en had een druk leven , maar dat verhinderde Frans en Joke niet om regelmatig te gaan dansen in Valkenburg in de Scala. Midden jaren 90, zo rond zijn vijfenvijftigste werd hij bevorderd tot verkoopleider bij het bloeiende bedrijf -waarbij Frans ondanks zijn veeleisende baan ook nog twee periodes lid was van de gemeenteraad van Meerssen- en hij bleef dat tot zijn pensioen in 2007. Met trots en dankbaarheid denkt hij nog steeds terug aan zijn afscheidsreceptie in De Rousch in Heerlen waar op het hoogtepunt van de receptie een wachtrij stond van 2,5 uur om hem en Joke in het zonnetje te zetten

Na zijn pensioen begon Frans tot zijn 74e nog met een eigen bedrijfje op het gebied van verftechnisch/kleuradvies. Maar toen vond hij het welletjes en gaf de pijp aan Maarten. Daardoor kreeg hij ook meer tijd om zich volledig te richten op zijn hobby’s als golfer en als vrijwilliger in hospice Bronnenbos in Geulle

Ook het gezin-Conings werd niet gevrijwaard van zorgen en tegenslagen. Vooral het ongeluk dat hun zoon Patrick, in 1973 geboren, enige jaren geleden trof met een driedubbel schedelbasisfractuur tot gevolg, bracht veel zorg en spanning met zich mee, maar gelukkig gaat het inmiddels de goede kant op.

Zichzelf beschrijft Frans als een krakende wagen, máár: goed geverfd, strak in de lak. Geen wonder dus ook dat hij is blijven zingen. 15 jaar was hij lid van het Gäöls Mannenkoor. Maar toen dat werd opgeheven en verder ging in een gemengde samenstelling trad Frans daar terug want bij voorkeur zingt Frans bij een mannenkoor. Ondanks dat daar zijn voorkeur ligt werd hij op aandringen van enkele oud-leden van het GÄÖls Mannenkoor lid van het (gemengde) Basilicakoor. Maar door het projectkoor werd op elegante wijze alsnog de opstap naar het Meerssens Mannenkoor mogelijk gemaakt en Frans heeft daar een blij gevoel aan overgehouden. Hij vindt het repertoire mooi en uitdagend en de stemming is goed en constructief. Hij komt dan ook met plezier naar de repetities, al sluit hij niet uit dat hij in de toekomst nog wel eens verstek zal moeten laten gaan, want er liggen nog voornemens voor reizen richting Griekenland en Turkije. Maar goed, als hij daar dan nog wat passend repertoire van mee terugbrengt dan snijdt ook dat mes aan twee kanten.

Karel Majoor