November 2025
Jo Merkelbach is één van de twaalf nieuwe leden die zijn voortgekomen uit het projectkoorinitiatief. Dit initiatief – op aandringen van onze bevlogen dirigent John Gerits en met de enthousiaste medewerking van enkele koorleden – liep zes weken lang om zingende mannen vertrouwd te maken met koorzang, en zo de drempel naar lidmaatschap te verlagen. Het resultaat mocht er zijn: van de circa 24 deelnemers zijn er twaalf tot ons koor toegetreden. Een prachtig en inspirerend resultaat!

Vandaag voer ik een kennismakingsgesprek met de verreweg oudste van deze twaalf. Het is mijn bedoeling om de komende tijd – als ze daaraan willen meewerken – ook de andere elf nieuwkomers te spreken. Jo Merkelbach, voluit Joseph Gerardus Mattheus Cornelius (er werd toen nog niet op een doopnaam meer of minder gekeken), werd geboren op 26 mei 1941 in Heerlerheide, als oudste van een gezin met vijf kinderen: een broer en drie zussen. Zijn vader werkte vele jaren ondergronds als meester-opzichter in de OranjeNassau III, terwijl zijn moeder – afkomstig uit een groot Valkenburgs gezin – zorgde voor het huishouden. Jo ging eerst naar de kleuterschool in Heerlerheide, daarna naar de lagere school. De zesde klas volgde hij op kostschool bij de broeders in Bleijerheide, waar hij slechts één weekend per maand naar huis mocht. Zingen deed hij van jongs af aan: eerst in het kerkkoor van de St. Corneliuskerk in Heerlerheide en later ook bij de broeders. In Bleijerheide volgde hij als intern de eerste twee klassen van de MULO, maar in 1956 stapte hij over naar de MULO voor jongens in Treebeek, waar hij in 1958 zijn A- en B-diploma, inclusief godsdienstdiploma, behaalde – iets waar hij nog altijd trots op is. Jo stroomde vervolgens door naar de HTS, afdeling Chemische Techniek, maar dat bleek geen succes. Een leraar zei regelmatig: “Als het je hier niet bevalt, ga dan maar bij de Albert Heijn werken.” Na zeven maanden verliet Jo de HTS, deed een psychologische test bij Herold in Maastricht, en ging… inderdaad bij Albert Heijn werken – in de vestiging tegenover de Staatsmijn Emma.
Eind 1960 kwam daar tijdelijk een einde aan: Jo werd opgeroepen voor zijn dienstplicht. Hij kreeg zijn verkennersopleiding in Blerick, stroomde daarna twee maanden door naar de Isabella-kazerne in ’sHertogenbosch – waar hij onder meer lid werd van het schietteam – en vertrok in juli 1961 als sergeant-groepscommandant naar het 17e Infanteriebataljon Chassé in Oirschot. Daar begon een bijzonder avontuur. Het bataljon vertrok met de HMS Zuiderkruis richting Curaçao, en na een tropenacclimatisatie voer het via het Panamakanaal, langs Hawaï en Pearl Harbor, naar Hollandia-haven op Nieuw-Guinea. Bij aankomst was inmiddels duidelijk dat er niet meer gevochten zou worden. Jo’s eenheid werd belast met de bewaking van de gouverneur-generaal, in afwachting van de overdracht van West-Nieuw-Guinea aan Indonesië. Na het uitdienen van zijn dienstplicht – in tropendienst! – werd Jo in 1962 gerepatrieerd. Hij hervatte zijn werk bij Albert Heijn in Hoensbroek en Brunssum, en maakte daar tot eind 1965 promotie van bakfietsbesteller tot bedrijfsleider.
Aangetrokken door een advertentie van de Keuringsdienst van Waren (KvW) in de gemeente Maastricht solliciteerde hij daar, en tot zijn vreugde werd hij aangenomen. Wel gold de standplaatsverplichting Maastricht. Intussen was ook Amor op Jo’s pad gekomen. Teruggekeerd uit Nieuw-Guinea bezocht hij in het weekend de populaire dancing National, waar danslustigen uit de wijde omtrek bijeenkwamen. Daar leerde hij de lieve Gert Niessen kennen, bakkersdochter uit het Midden-Limburgse Ool, geboren op 21 december 1939. Na een “kennismakingsperiode” van ruim zes jaar trouwden Jo en Gert in 1968. Ze vonden een woning in aanbouw aan de Burgemeester Kisselstraat in Meerssen-West en kregen ontheffing van de standplaatsverplichting. Jo vertelt met een glimlach nog een aardige anekdote uit die beginperiode. Op een dag nam Gert de telefoon op. Aan de andere kant klonk: “Spreak ich mit de Maagd van Pestoër?” Pastoor Merkelbach was in die tijd een geduchte zielenherder in Meerssen, maar Gert kon die vraag in alle opzichten ontkennend beantwoorden! Het echtpaar kreeg twee dochters, Iris en Cyril, die op hun beurt respectievelijk één en twee zonen kregen.
Jo bleef tot aan zijn pensioen – in totaal 38 jaar – bij de Keuringsdienst van Waren werken als keurmeester: een leuke, afwisselende en zelfstandige functie. Gert ging vanaf 1981 als invalkracht werken bij Huize De Herkenberg en deed dat tot 2000. Zij overleed op 26 januari 2011 aan de gevolgen van uitgezaaide kanker. Gelukkig bleven beide dochters in Meerssen wonen. Jo bleef zijn conditie trouw onderhouden: eerst wandelend met een buurman, die hem op een dag uitdaagde het tempo op te voeren – en zo werd het twee keer per week duurloop.
Op zoek naar wat meer spel sloot Jo zich in 1980, na de opening van de sporthal, aan bij de badmintonclub, waar hij nog steeds actief speelt. Ook het zingen kwam weer terug in zijn leven. Eens in de drie weken zingt hij onder leiding van Harrie Palmen, samen met onder andere Hub Smeets en Servé Halders, in de Brigidahoeve in Itteren. Daar kreeg hij opnieuw de smaak te pakken. Alleen viel zijn vaste badmintonavond op maandag precies samen met de repetities van het Mannenkoor – een herkenbaar probleem voor velen! Het projectkoor trok hem uiteindelijk over de streep, zodat hij nu drie maandagen zingt en één maandag de pluimbal hanteert. Jo hoopt dat nog heel lang te kunnen volhouden – en daarmee extra kleur en klank te geven aan zijn leven én aan zijn relatie met Mariet Utens-Bekkers, zijn vriendin sinds 2017. Dat is een wens waar ik me van harte bij aansluit!
Karel Majoor