Nico Vroom: samenzang bevordert samenhang


Februari 2010

Mijn gesprekspartner deze keer, Nico Vroom, is een telg uit een geslacht van militairen. Overgrootvader, grootvader en vader waren beroepsmilitair. Toen Nico op 27 juni 1947 als babyboomer in Leiden werd geboren, was zijn vader inmiddels naar het toenmalige Oost-Indië afgereisd waar hij tot 1949 zijn vaderland diende.

Muziek speelde zeker een rol in het gezin, maar een echte zangcultuur hadden ze (nog) niet. Gevoel voor koorzang had Nico wel. Hij herinnert zich nog levendig de grote indruk die een grammofoonplaat van de Maastreechter Staar, die hij bij zijn grootouders hoorde, op hem maakte. 

Maar het  “echte” zingen begon toen hij in 1966 als cadet aanmonsterde op de KMA in Breda. Bij de ontgroening vormde de koorzang een niet weg te denken onderdeel. Binnen een paar weken moesten de “feuten” zo’n 30 liederen uit het hoofd leren zingen om het daarna nooit meer te vergeten. Waarvan Nico even het bewijs levert door met passie in zijn stem het cadettenlied “Bonsoir mes Amis” ten gehore te brengen. Zo iets schept een band. En dat is wat Nico ervaren heeft. Bij marsen, bij diners, op de sociëteit, bij momenten van verdriet en van vreugde: samen zingen leidt tot verbroedering, tot een gevoel van verbondenheid. En dat niet alleen in Nederland. Zijn militaire loopbaan voerde hem naar tal van plekken op de wereldbol. Na zijn huwelijk in 1973 ging hij met zijn jonge bruid Jopie, overigens ook een dochter uit een militair gezin, voor 3 jaar naar Suriname. Na troepen- en staffuncties in Arnhem en Den Haag ging hij vervolgens met vrouw en 2 jonge zonen 2 jaar naar het Nabije Oosten, als UN-waarnemer in de Sinaï en op de Golan-hoogte. Daar leerde hij koken, maar ook koorzang met buitenlanders, en dan vooral met de Ieren. “O Danny Boy” is hem daar aan het hart gebakken. En graag zou hij met ons eigen koor op herhaling gaan met “Auld lang Syne”.

Na een periode als commandant Pantserinfanterie Rij-en Opleidingscentrum (PIROC) in Veldhoven, waar hun derde zoon werd geboren, wees het kompas naar Duitsland. Vijf jaar verbleef het gezin in Seedorf, waar Nico S3 en plv. bataljonscommandant van het bataljon Limburgse Jagers werd. Ook zong hij daar 2 jaar in het protestants kerkkoor. De liederen van Johannes de Heer zijn onvergetelijk.

Terug in Nederland viel na een functie bij de landmachtstaf de keuze op hem, als Limburgse Jager, voor de vervulling van de uitdagende dubbelfunctie van Provinciaal Militair Commandant in Limburg en Commandant van het Regiment Limburgse Jagers. Vele goede herinneringen bewaart hij aan de 4 jaar dat hij deze functie vervulde, met tal van hoogtepunten zoals de inzet bij het hoogwater in 1993 en 1995 en de viering van 50 jaar bevrijding van Limburg in 1994.

Inmiddels had het gezin Vroom huisvesting gevonden in Meerssen, waar net in die periode getracht werd de Meerssener Nachtegalen nieuw leven in te blazen. En jongste telg Philippe bleek zeer gemotiveerd en meldde zich als 8-jarige aan. Nico trad op als begeleider en beleefde achter de schermen alle hoogtepunten mee, maar ook de teleurstelling over de uiteindelijke mislukking.

De laatste 10 jaar van zijn militaire loopbaan voerde Nico achtereenvolgens naar de Navo in Brussel en het Afcenthoofdkwartier in Brunssum.

Zo tegen het einde van zijn loopbaan begon een buurman die geen militair is maar wel een militaire naam heeft, druk op hem uit te oefenen om te komen zingen bij het Meerssens Mannenkoor. Aanvankelijk weerstond hij die aandrang, maar toen ten gevolge van een hardnekkige blessure het wekelijkse volleyballen wegviel ging hij een keer mee luisteren. Laat daar nou uitgerekend “O Danny Boy” gezongen worden! Tja, dan zit je eraan vast. Bovendien blijkt hij bij het koor niet alleen te zijn als Limburgse Jager. Ook Math Canna, Wiet Lemmens en Jep Vencken dienden onder dat roemruchte regiment met de zachte G, waar vaak met verve het Limburgse Jager-lied wordt gezongen.

Het verbaast dan ook niet dat het een van Nico’s wensen is om met het koor nog eens 2 Limburgse Jagers-liederen van voor de oorlog ten gehore te brengen. Op die manier geeft hij ook extra cachet aan zijn voorzitterschap van de Stichting Regiment Limburgse Jagers, een “hobby” waar heel wat bij komt kijken: zoals het museum in Weert, het tijdschrift, de website en het Reünieorkest Limburgse Jagers.

Maar het allerbelangrijkste is voor Nico het zangplezier. Lekker inzingen, bijvoorbeeld ook uit het Groene Boekjes-repertoire, weten wat je zingt door van alle liederen ook de vertaling te geven en een gemêleerd repertoire. En ook beleeft hij voldoening als repertoire ook zonder al te veel onderbrekingen doorgezongen wordt, in lange koorbogen. De recente stemvorming onder leiding van Hub Delamboye vindt hij een zeer waardevolle aanvulling.

En als je met 50 kerels bij elkaar bent is af en toe enig ordenend optreden ook wel eens nodig, weet Nico uit hoofde van zijn beroep. Dus als hij enige steun kan verlenen aan het podiumcommissariaat is hij daar desgevraagd, met enige aarzeling, wel toe bereid.

Een nieuw koorlid heeft Nico nog niet geworven, maar met zijn netwerk moet dat toch niet zo moeilijk zijn?!

Karel Majoor