Oktober 2010
Piet Pluymaekers woont sinds een paar jaar in een fraai appartement in het stijlvol herbouwde complex “In den Gaper” aan de Klinkenberg. Maar feitelijk is hij een echte jongen van Meerssen-West. Bij globale genealogische naspeuringen heeft hij via bevolkingsboekhouding en doopregisters in een rechte lijn tot 1665 zijn voorouders in Meerssen teruggevonden, die steeds in de landbouw werkzaam waren.

Piet werd op 13 juni 1950 geboren in de St.Josephstraat als 6e kind in een gezin van 3 zussen en 2 broers waarvan één broertje in 1944 was gestorven aan de gevreesde difterie.
Vader was een hardwerkende fabrieksarbeider, eerst als scheepslosser in Maastricht, daarna bij de Mosa. Maar ook verloochende hij zijn afkomst niet: de grote moestuin was meer dan welkom om 7 monden te voeden. Daarnaast verdiende hij nog wat bij door de tuinen van een paar bekende Meerssense kunstenaars te onderhouden, Alphons Volders, min of meer om de hoek, en ook die van Charles Eijck op Ravensbosch.
Piet’s moeder stamde uit een muzikale familie. “Ze zong altijd, als ze niet zong was ze ziek”, aldus Piet.
Piet ging naar de Lagere School in Meerssen, maar voor de 2e klas stapte hij over naar de nieuwe Lagere School in Meerssen-West die hij nog gebouwd heeft zien worden, net als de noodkerk, waar hij zijn 1e Communie deed en de St.Joseph Arbeider-kerk van Charles Eijck.
Op die school werd Piet door meester Scheffers al gauw uitverkoren als misdienaar én als koorknaap in het kerkkoor. Want Piet had een gouden keeltje én hij wilde priester worden. Karmeliet nog wel, dat trok hem heel erg aan. “Doe maar normaal”, zei z’n vader toen hij dat thuis kenbaar maakte en veel later heeft hij dat ook uitgelegd: die priesteropleiding kostte toentertijd zo´n 7000 gulden en dat was het jaarloon van vader Pluymaekers.
Piet was een goede leerling en mocht doorleren. Eigenlijk wilde hij graag naar de HBS, maar dat zat er niet aan, dus werd het Mulo A met wiskunde in Meerssen. Meester Hillegers regeerde daar met strenge hand. Dat was nog in de periode dat een lijfelijke tuchtiging nog tot het opvoedkundig pakket behoorde, weet Piet uit eigen ervaring. Meester Hillegers gaf zowat alle vakken, maar Duits werd gegeven door zijn echtgenote, door alle leerlingen “Ma” genoemd.
Al die jaren zong Piet in het kerkkoor van Meerssen-West onder dirigent Paul Scheffers en met Jo Verheggen aan het orgel. Maar daar kwam een eind aan toen hij in 1966 naar de Pedac in Maastricht ging die hij in 1971, met aantekening gymnastiek, voltooide. Op de Pedac kreeg hij inspirerende muzieklessen, inclusief blokfluit, van broeder Ananias en deed hij ook mee aan het schoolcabaret. En inmiddels was hij ook fanatiek gaan toneelspelen bij Animato. Op dat spoor was hij gezet door mevrouw Jansen, een heel bijzondere vrouw, wonende aan de St.Josephstraat, die Paasspelen organiseerde en bezinningsavonden en die de jeugd stimuleerde tot creatieve activiteiten.
Rond 1970 ging Piet ook weer zingen, nu bij het jongerenkoor Exodus in Ulestraten en dat bleef hij doen tot 1977, toen zijn oudste zoon Hans werd geboren, in 1980 gevolgd door Marc, 2 zonen die zijn grote trots zijn.
Na zijn Pedac-examen snuffelde Piet even aan het onderwijzersvak, 4 dagen in Ulestraten, 3 maanden aan de MLK Servatius, maar toen moest hij eerst zijn dienstplicht gaan vervullen. Hij werd in Amersfoort opgeleid tot hospik, ging vervolgens naar Oirschot en diende zijn laatste maanden uit bij Afcent in Brunssum, maar toen mocht hij dan eindelijk zijn roeping in het onderwijs gaan vervullen. In 1972 nam een lange onderwijsloopbaan een aanvang:
eerst 25 jaar aan de LOM-school Overbunde, daarna 13 jaar aan de Michaël-school en nu hoopt Piet zijn laatste onderwijsjaren af te ronden aan de Aloysiusschool in Maastricht, mits de heupoperatie die hij binnenkort moet ondergaan goed uitpakt.
Terug naar het zingen. Door de zware baan en zijn toneelactiviteiten, met o.a. in 1990 nog een viervoudige glansrol in een stuk van Dario Fo in dialect-bewerking “Ingelkes flippere neet”, lag dat een hele tijd stil. Tot hij op vakantie in Slovenië in 1995 de vice-voorzitter van het Borgharens Mannenkoor bij toeval ontmoette tijdens het teekezinge. Die was onder de indruk van de stem van Piet en Piet had al vaker teruggedacht aan het kerstconcert van het Borgharens Mannenkoor in de kerk van Meerssen-West, dat een diepe indruk op hem had gemaakt, dus een uitnodiging om mee te komen zingen was niet aan dovemans oren gericht. Piet zong daar met veel plezier van 1995 tot 2002, schreef o.a. ook voor het clubblad en maakte heel wat concerten mee.
Door allerlei omstandigheden verliet hij het koor, maar de zingzin bleef. En er vond ook massage plaats, door Jan Cabo en Peter Willems, en niet te vergeten door echtgenote Helga, die allemaal zeiden dat het zonde was zo’n mooie 1e tenor niet in te brengen in een koor.
In september 2009 was het zover en Piet heeft er nog geen moment spijt van gehad, integendeel. Hij ervaart heel veel plezier en voldoening aan het koor en hoort de kwaliteit groeien, met als voorlopig hoogtepunt het concert in Trier tijdens de afgelopen concertreis.
En wanneer hij straks met een nieuwe heup weer naar hartelust kan wandelen en fietsen, kan hij allicht ook eens rondkijken of hij nog ergens een gelijkwaardige 1e tenor weet op te duikelen!
Karel Majoor